Mensenhandel

Mensenhandel is een wereldwijd fenomeen, dat alle regio's van de wereld treft. Zo ook Oeganda. Oeganda is zowel een land waaruit mensen worden verhandeld (bronland) als een bestemmingsland, een land waarnaar mensen worden verhandeld. Vooral vrouwen, tieners en kinderen worden gedwongen in arbeid en seksindustrie. Ze worden uitgebuit en moeten werken in de landbouw, visserij, straatverkoop of prostitutie, of moeten zorgen voor het vee, auto’s wassen, werken in bars en restaurants of bedelen op straat.

Aanleiding tot mensenhandel

Veel omstandigheden kunnen aanleiding zijn om verstrikt te raken in mensenhandel. Conflicten, binnenlandse gedwongen verplaatsing, armoede op huishoudelijke niveau, gebrek aan kansen op de arbeidsmarkt en persoonlijke ambities voor een beter leven zijn een paar factoren die bijdragen aan de mensenhandel in Oeganda. Alles met één gemene deler; slachtoffers worden bedrogen door zakenlieden, madams, familieleden, religieuzen en intermediairs met aanlokkelijke beloftes van geld, werkgelegenheid, onderwijs en beroepsopleiding.

Rapporten

Onder meer de US department of States en INTERPOL in Oeganda rapporteren over Oegandese slachtoffers van mensenhandel. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Irak, Zuid-Soedan, Kenia, China, Thailand en Maleisië worden in deze rapporten genoemd. Ook zijn Oegandese vrouwen verhandeld naar India, Egypte, Afghanistan, Indonesië en de Verenigde Arabische Emiraten. Het verslag van INTERPOL benadrukt de gedwongen prostitutie van Oegandezen in Maleisië, nadat ze werden gelokt voor werk als kapster, kindermeisje of hotelpersoneel. Sommigen van deze vrouwen werden doorgevoerd naar China en Thailand - waar zij ook tot prostitutie werden gedwongen – op weg naar Maleisië.

Helaas zijn exacte cijfers niet bekend. De politie en het Oegandese ministerie van buitenlandse zaken hebben geen exacte cijfers van Oegandezen die uit het land zijn verhandeld en worden vastgehouden in slavernij in het buitenland.

Traumatische ervaringen

Slachtoffers van mensenhandel zijn getraumatiseerd. Zij vertonen tekenen van fysieke, seksuele en psychologische trauma's en hebben problemen bij de re-integratie zodra ze uit de situatie van mensenhandel kunnen ontsnappen.

Eerste stappen vanuit Oegandese overheid

In 2009 reeds ondertekende de Oegandese regering de PTIP (Prevention of Trafficking in Persons) Act. Een wet waarin het voornemen tot bestrijding en preventie van mensenhandel in Oeganda is beschreven. Echter, ondanks haar inspanningen op wetgevingsgebied, blijft Oeganda nog steeds achter in haar internationale verplichting tot bescherming van haar burgers tegen seksueel misbruik en mensenhandel. De Oegandese regering voldoet niet aan de minimumnormen voor de afschaffing van de mensenhandel.

Drie jaar lang gebeurt er weinig. Tot in februari 2012. Het Oegandese ministerie van Binnenlandse Zaken zet dan haar eerste stappen met de benoeming van de Counter of Trafficking in Persons (CTIP), het bureau dat zich bezig gaat houden met de bestrijding van mensenhandel. Twee maanden later worden de nationale task force, stuurgroep en beleidcommissies gehuldigd. De task force rapporteert in 2012 aan het CTIP over de acties ter bestrijding van mensenhandel. Ook starten er overleggen die noodzakelijk zijn voor het opstellen van een nationaal actieplan. De regering heeft in 2012 tevens educatieve campagnes tegen mensenhandel uitgevoerd via radio-programma's en gemeenschappelijke discussies gevoerd gedurende het jaar. Ruim 400 Oegandezen kregen een seminar over mensenhandel, voordat zij voor werk in het buitenland vertrokken en zo zijn er nog enkele intiatieven die zijn gestart.

Ontoereikend

Deze stappen zijn echter nog maar een begin. Het toezicht van de regering op onder meer overzeese wervingsbureaus blijft ontoereikend door onder meer gebrek aan middelen en personeel. Tot op de dag vandaag.

Bron:

  • New Vision Uganda, 12 juli 2012
  • New Vision Uganda, 5 augustus 2012
  • Studie van Refugee Documentation Centre of Ireland, 2010